O’ Gij Kil Jaar

O’ gij kil jaar,

meedogenloos en hard

hebt gij uw stempel gedrukt op deze wereld

op deze toekomst die u niet toebehoort.

O’ gij kil jaar,

blij gaan ik zijn wanneer u

eindelijk, na luid gejoel en luid vuurwerk

de deur achter u moet sluiten en het volgende

jaar zijn intrede maakt in deze wereld.

O’ gij kil jaar,

verdeeldheid was uw kenmerk,

het ondenkbare laten geschieden,

instanties aan stukken reten,

uw specialiteit.

O’ gij kil jaar,

een zakenman en beest

een stuiptrekkende staat

een geschokte wereld

laat gij achter als uw ambassadeurs.

O’ gij kil jaar,

theelicht en kaarsen zijn

als het ware uw symbool geworden,

elk gekrenkt land

draagt het uit.

O’ gij kil jaar,

vertrek

en keer vooral

niet weer.

Advertisements

Gezeten op een blad…

Gezeten op een groot blad, vroeg in de ochtend, een dauw druppel vallend richting de grond, vleugels plat en hoofd omhoog. Kleine pootjes plakken tegen de vochtige ondergrond, alles rond hem is groen. Zo zat de vlinder daar.

Een grote naaldboom, ik gok een spar, maar weet het eigenlijk niet, staat op de achtergrond, de naalden allemaal in dauw bedekt. Vol verwondering kijk ik naar dit alles, dit schauwspel van de natuur. En hoe in dit alles, de boom gewoon bestond.

De bomen kreunen en kraken onder het gewicht van de wind, een druppel dauw valt van de naald en land op haar stekels. Alles rond haar is bruin, de bladeren en de aarde, zelfs zijzelf. Zo zat de egel daar.

Ik schrik op door het geluid dat boven mij door de lucht golft, een zwarte  vlek schiet tussen de bomen vandaan. Alles is wit en blauw voor hem, met zijn sterke vleugels en holle botten schiet hij weg, de lucht in en door. En hoe in dit alles, de vogel niet eens dacht.